Opgave

 

Een zwakke pols,

bijna dood, er zit leven in,

hij wil de zee zien met

woeste golven door stormen

 

die aanwakkeren vanuit zuid-

west, hijgend klimmen op

het duin, raakt buiten zinnen

hij komt er niet meer uit

 

zijn leven vloeit langzaam

weg in het zand

de wind wakkert aan,

het stormt in mijn

 

gevoel, hij geeft alles op.

Blokkade

Waar is mijn fantasie gebleven? Ik ben hem kwijt en kan hem nergens vinden. Wat moet ik nu? Ik wil schrijven, verhalen, hele manuscripten en het gaat niet. Wat ik ook doe, ik kan geen begin vinden, geen onderwerp, geen conflict en zeker geen oplossing want ik ken mijn hoofdpersoon niet. Wat drijft hem? Wat wil hij? Hoe gedraagt hij zich? Hoe ziet hij eruit? Allemaal vragen waar ik geen antwoord op heb, dus kan ik niet schrijven.

 

Het duurt nu al maanden dat ik geen creatieve letter op mijn scherm kan zetten. Het begint te knagen en te knellen. Er zweeft wat in mijn hoofd, een verhaal alleen komt het niet verder dan zweven. Het wordt niet concreet zoals een film die er op mijn netvlies kan verschijnen. Het kon eerst toch? Eerst had ik fantasie genoeg voor verschillende verhalen, het werkte zo ontspannend ook al werd ik doodmoe van al die letters intikken. Letters en een handvol leestekens, meer had ik niet nodig om woorden en zinnen te vormen. Heerlijk, er bestaat niets fijners dan dat. Heel tevreden over mijn werk van 3000 woorden per dag, het verhaal vorderde steeds verder totdat het ruwweg klaar was. Wat een voldoening.

Nu heb ik pas een voldaan gevoel als de dag voorbij is en ik iets aan mijn huishouden heb gedaan. Het kan voldoening geven, maar op den duur ook nog? Ik betwijfel dat hevig. Maar een goed verhaal schrijven geeft mij meer voldoening.

Ik wil een thriller schrijven en ik ben dan de gemene moordenaar die doet alsof zijn neus bloedt. Ik vermoord gewoon tientallen mensen die ik ervan verdenk iets met criminaliteit te maken te hebben. Nadat ze vermoord zijn, graaf ik ergens in een moerasstuk een zompige kuil, laat de lijken erin zakken, gooi er moerasgrond overheen en geen mens die iets kan zien.

Zie je wel dat ik ergens toch een greintje fantasie over heb om iets in elkaar te zetten? Ik voel me nu voldaan.

Schim

 

Vannacht in een droomflard, ging ik dood. Het was niet erg en het deed geen pijn. Het gekke was dat ik niet echt dood was. Niemand die het in de gaten had, alleen ik. De ceremonie was zoals ik die van tevoren op papier had gezet, met al mijn wensen inclusief het draaien van mijn lievelingsmuziek zoals het Requiem van Mozart. In leven kreeg ik daar al tranen van in mijn ogen en nu, tijdens alle speechen en muziek zag ik bij de meesten tranen blinken. Goed zo, dacht ik, laat ze maar huilen omdat ik er niet meer ben. Tijdens de condoleances na mijn crematie was ik er ook. Ik sprak met de mensen die ik in mijn leven had gekend en niemand keek er vreemd van op dat ik er was terwijl ik zojuist de verbrandingsoven was ingeschoven. Ook dat deed geen pijn, ik hield er geen littekens aan over en ik kon, nadat ik als rook uit de schoorsteen was gekomen, gewoon meedoen met de gesprekken. Soms kreeg ik er buikpijn van, als iemand niet zo positief over me sprak. Was ik echt zo’n kreng geweest toen ik leefde? Zo confronterend dat men bang van mij was? Onzin, zo erg was ik niet. Dacht ik. Toch zette het me aan het denken.

Als ik dan toch als schim of geest verder leefde, waarom werd ik dan niet wat liever? Wat zachter in mijn oordeel? Daar ga ik mijn best voor doen. Ik zal niet meer tegen iemand van ruim vijftig zeggen dat een string iets voor jonge meiden is die nog strakke billen hebben. Zeker nadat ik gezien heb dat die person een string droeg. Walgelijk vind ik het en daar mag ik dus niets meer van zeggen. Vreselijk, trillende sinaasappelbillen die vrij mogen drillen naast de string. Ik ga mijn mond houden. Ook wanner iemand zegt dat ze minder rimpels heeft dan ik. Ja, logisch, die ander heeft een dikke vetlaag in het gezicht en ik niet. Bij haar worden die rimpels worden meteen van binnenuit opgevuld, bij mij niet. Mond dicht. Het is een goed voornemen, dan kwets ik een ander niet.

Maar ach, ik leef verder als een zwevende geest die geen goede voornemens meer hoeft te maken en ze zeker niet hoeft uit te voeren. Een demon die niemand kan zien. Waarom wordt er dan gewoon met mij gekletst alsof men me gewoon ziet? Alsof ik er nog ben? Ik geniet ervan, ik ben er nog en toch weer niet.

Een geest die het een ander moeilijk kan maken. Ik kan plaagstootjes uitdelen, ik kan mensen een slecht geweten geven. Ze verkeerde beslissingen laten nemen alleen al door het feit dat ik met ze kan communiceren. Ik praat ze gewoon slechte dingen aan. Ik ben geen geest, maar wel een demon, een duivelin. Ik laat spullen verdwijnen zodat iemand zich suf zoekt naar een sleutelbos die nooit meer ergens opduikt. Ik kan van het liefste kind een pestkop maken die nergens meer bang voor hoeft te zijn. Het bange kind bestaat niet meer, het is een provocerend kind geworden. Niemand die haar nog durft te pesten. Op die manier ben ik toch goed bezig als geest? De goede geest, dat is waar het om draait in dat leven.

Toch vreemd dat ik gewoon wakker werd in mijn eigen bed, in mijn eigen kamer in mijn eigen huis. Alleen een vage schim van herinnering laat zich nog gelden aan vannacht.

Ach, ik denk maar zo

Heen en weer rollen grappen en opmerkingen

wie heeft de beste lach op zijn gezicht

wie is de meest adremme persoon

wat krijgen we als bewoners van dit land

op ons politieke bordje, zal het anders zijn

dan nu het geval?

maken verkiezingen het leven gemakkelijker

welnee, het blijft bij het oude,

nieuwe wijn in en uit andere zakken

waarom die chocoladeletters in de kranten

zoveel zendtijd van de omroepen

het maakt geen verschil

alleen komt het allemaal mijn neus uit.

 

Moedige gedachten

Gisteren schreef ik iets ‘politieks’ en daar zijn een aantal reacties op gekomen. Het achterste van mijn tong laat ik niet zien, dat vind ik beangstigend. Dat niet laten zien plus dat ik het als beangstigend ervaar, is nogal wat. Natuurlijk zijn er mensen die het niet met me eens zijn, dat hoeft ook niet zolang dat maar met respect gebeurt. Maar om nu te zeggen en te vinden dat het moedig is om me uit te spreken, vind ik ook al zoiets. Moedig? Waarom? We kennen vrijheid van meningsuiting, dat zegt men. Maar is dat in werkelijkheid ook zo?

Als dat zo is, waarom is het dan moedig van me?

Waarom laat ik het achterste van mijn gedachten niet zien?

Toch kreeg ik een bijzondere opmerking van iemand die niet meer hier woont en leeft. ‘Laat iedereen die in NL woont en daar een toekomst wil maar stemmen en gooi al die luitjes zoals ik die geen idee meer hebben van hoe het bij jullie gaat dan maar van de lijst.’

Kijk, dat is iemand die ik respecteer om haar mening. Vervreemd van ons land, dus ook niet gaan stemmen omdat ze geen toekomst meer ziet in ons land. Zo zijn er meer mensen die ik ken en naar een ander deel van de wereld zijn vertrokken om daar een toekomst op te bouwen. Ik wens hen veel succes en wat ik zie en lees van ze, hebben ze succes in het opbouwen van hun toekomst.

Wat is er nu zo bijzonder aan een politieke mening dat ik die niet meer mag verkondigen? Het is enkel een mening, een zienswijze, meer niet. Wie kan me dan duidelijk maken waarom ik zoiets niet mag verkondigen. Ik weet het gewoon niet want volgens mij doe ik geen mens of vlieg kwaad. Ik wil graag wonen in dit land, ik wil positiviteit, vrijheid, stabiliteit en wie wil dat niet? Kennelijk zijn er mensen en politieke partijen die dat niet willen. Die verstoren in mijn beleving de vrijheid en stabiliteit, spelen in op onderbuikgevoelens met oneliners zonder oplossingen aan te dragen. Dat vind ik te gemakkelijk, zo komen we er niet.

Waar komen we dan niet? Naar een stabiel land dat positief is, energiek en daadkrachtig. Als er dan een partij is waarvan ik denk dat die het in zich heeft, wil ik dat laten merken en schrijf ik erover.

Moet ik daar moedig voor zijn? Ach, ik zie niet in waarom.

Mark en de verkiezingen

 

Over precies een week zijn de verkiezingen. Al wekenlang zie en hoor ik niets anders in de krant of op tv. Het komt mijn neus uit. Jemig, nu weet toch heel Nederland wel waarop je wil stemmen? Iedereen kan het weten, mits je ogen en oren geopend zijn. Daar zit hem de crux, mensen horen en zien niet meer. Niet wat er leeft en speelt rondom in zijn eigen omgeving, provincie, land of buurland. Buurlanden, ach die mogen nog wel maar van verder weg? Mensen met een dubbel paspoort? Die mogen van mij stemmen mits ze dat andere paspoort inleveren en ook niet meer met hun neus of staart achter dat andere ‘vaderland’ aanrennen. Zijn ze nou helemaal van de pot gepleurd? Hier leven, wonen, ontwikkelen en geld verdienen en een andere president volgen? Uitgesloten. En dan maar mopperen dat het hier niet naar hun zin is. Rutte en Aboutaleb zeiden het al.

 

Rutte, zijn naam is de trigger die me aanzet tot dit stuk. Hij wordt verguisd, er wordt op hem gemopperd, afgegeven en hij is de boosdoener. Tenminste bij veel mensen. Niet bij mij, kom niet aan Mark. Afblijven. Pas op.

Wie heeft dit land door de crisis geholpen? Nou? Zeg het maar. Samen met de PvdA, dat is zo. Een minderheidskabinet. Bij ieder voorstel moest er onderhandeld worden. Samen met alle kleinere partijen om aan een meerderheid te komen. Dat is wonderbaarlijk gelukt. Democratischer is onvoorstelbaar. En nu wordt hij verguisd. Schandalig. Alleen omdat hij regeringsverantwoordelijkheid heeft genomen. Is dan de prijs om te regeren dat hij in het verdomhoekje wordt gezet door de dommen onder ons? Kom op zeg, kom onder die steen vandaan en zet je ogen en oren open. Denk met die grijze massa, daar heb je hem voor gekregen. Dat wist je niet? Daarom, rol dat rotsblok maar even weg. Het is natuurlijk gemakkelijk om op de onderbuikgevoelens te spelen, zoals de PVV doet. Ontevredenheid aanwakkeren, niets is gemakkelijker dan dat zonder dat er een concreet plan ligt om loze kreten in te vullen. Dat men dat niet begrijpt, vind ik nou weer onbegrijpelijk.

 

Toch staan mijn oren en ogen wijd open, ik denk dus ik ben. Ik ga stemmen. Niet strategisch, gewoon op een partij die de meeste raakvlakken heeft met mijn denkwijze. Ik ben heel benieuwd wat de uitslag wordt van ons recht om te stemmen. Te mogen kiezen wie mij vertegenwoordigt in de Tweede Kamer. Wie mijn MP wordt. Doet iedereen mee?

En dan niet op een splinterpartij stemmen, dat is een verloren stem want die kleintjes worden toch nooit zo groot dat ze in de Kamer kunnen komen.

Dit moest ik even spuien. Mag dat in een democratisch land zonder dat mijn hoofd onder een rotsformatie wordt gestopt? Dank u. Ja, ik mag dat roepen.

Mijn aardewerken plantenpot

Zit ik me hier in alle ernst af te vragen wat beter zou zijn. Mijn hemel, ik word doodgegooid met onderwerpen die het milieu aangaan. Recyclen van plastic en papier, glas, GFT en noem maar op. Alles heeft voordelen, maar daar gaat het nu niet om.

 

Ik zit even buiten, de zon schijnt en ik zie een aardewerken plantenpot voor een  grote plant. Nu zit er niets in, de plant die erin stond heb ik weggedaan omdat ik er geen plezier aan beleefde. Hij bloeide twee weken per jaar terwijl wij op vakantie waren. De pot staat op een schotel van aardewerk en de onderkant is kapot. Door de vorst of door welke oorzaak dan ook. Er ligt een scherf naast de combinatie. De pot is oud, maar ik vind hem nog steeds mooi. Ook al zitten er algen op, vuiligheid door mist en regen en hij heeft dringend een schoonmaakbeurt nodig met een harde borstel, boender genaamd. Ouderwets woord, maar dat ding doet wonderen. De varkensharen zijn ook al ouderwets, tegenwoordig zijn die dingen van plastic. Maar deze traditionele vrouw heeft het liefste dingen uit grootmoederstijd. Zo heb ik in de hal van ons huis nog een paar siervoorwerpen, curiositeiten, staan waar vroeger sommige huishoudelijke zaken mee werden gewassen. Een wasklok waar dekens mee  werden gewassen en een houten wasknijper, een grote waar je de kokende was mee uit de ketel kon krijgen om die daarna door de wringer te draaien.

Terug naar de schotel voor de grote plantenpot. Zou ik een plastic onderzetter kopen of een aardewerken? Plastic wordt gemaakt van aardolie, daar hebben we wel nog genoeg van voor de komende vijftig jaar, maar toch. Ooit raakt de voorraad op en wat dan? Maar nu, ach, een kleine schotel kan toch nog wel? Of toch maar liever niet.

Koop ik er eentje van aardewerk, net zoals de pot? Combineert wel mooi met elkaar en het is écht. Dat kan ik van plastic nooit zo snel zeggen. Aardewerk is gemaakt van klei en dat komt ook uit de aarde. Raakt dat ook uitgeput zodat er grote kuilen in het oppervlak komen? Wat is dan het verschil met olie? Mag ik die schep klei wel gebruiken? Ik weet het niet.

Ineens denk ik, wel potverdorie zit ik hier mijn hersenenergie te verbruiken om af te wegen wat beter is voor het milieu. Ik kan me beter afvragen wat voor mij beter is, voor mijn energie. Punt.

Ik koop een nieuwe onderzetter van aardewerk omdat ik dat mooier vind. Een andere reden heb ik niet.

Bah, vies nieuws

Jemig, wat krijg ik de pest in als ik de krant lees, het nieuws hoor of zie. Een en al ellende, kommer en kwel. En wat mij het meeste opvalt is de manier zoals journalisten alle minimale negatieve zaken opblazen tot een wereldramp. Alleen maar negatieve zaken benadrukken, zorgt dat mensen ergens worden uitgewipt en afgezeken worden.

Neem nu van der Steur. Ik kom er niet omheen om te denken dat hij iets heeft achtergehouden of niet heeft gemeld. Beter bekend als het leugentje om bestwil. Ja ik weet dat hij minister is en van onbesproken gedrag hoort te zijn. Noem mij één mens in de politiek die dat is. Nou? Kom eens op? Grijp je kans zou ik zeggen. Je redt het niet in de politiek wanneer je puur en alleen de waarheid spreekt, je ligt er binnen de kortste keren uit.

Je moet warempel raar bloed hebben om de politiek in te willen. Het is één kliek van mensen die elkaar óf de hand boven het hoofd houdt, óf iemand het leven zuur maakt. Ik wil daar niets mee te maken hebben.

Het is hier even erg als in Amerika nu met Trump. Alleen die zaken benoemen die niet goed gaan, waar mensen last van hebben. Voer voor Wilders. Ieder stuk in de krant is een aantal stemmen voor Wilders. Nee, niet voor hem, voor de PVV. Bijna trap ik in dezelfde val, stemmen op een poppetje en niet op de partij zelf. Op de inhoud van een partij, dáár moet het om gaan. Laat die plannen van alle partijen maar komen, dan heb ik tenminste iets om uit te kiezen.

Uit de poppetjes die nu aan de macht zijn wil ik geen keuze maken. Ik gruw van sommigen, van veel dus. Neem Buma. Jeetje, ik krijg een hartverzakking van die vent. Mondhoeken naar beneden, aan het einde van iedere, zalvend uitgesproken zin buigt zijn stem naar beneden. Dat betekent voor mij chagrijn. Die wil ik niet. Maar zijn partij? Wat heeft die mij te bieden? Ik weet het niet.

Gisteravond hoor de ik dat mens Thieme. Van de dieren. Vlieg op met je dieren. Open deuren intrappen is de enige kwaliteit die ze beheerst. Het partijprogramma is gericht op de wereld, niet op hoe het in ons land beter zou kunnen. Laten we eerst hier beginnen, denk ik dan, van daaruit kan ons erfgoed verder de wereld in.

Laat ik nu maar zwijgen over de SP of over de PvdA. Zodra men denkt dat ergens een luchtje aan zit, wordt de keuringsdienst van onzin erbij gesleept. Onderzoek van een half uur, als men dat al doet, en hup in het nieuws slingeren die veronderstellingen en onvrede. Hoe meer onvrede er gezaaid wordt, hoe meer stemmen de oppositie en vooral de PVV krijgt. Allemaal gratis reclame. Azijnpissers. Ik bedenk dat ik me nu ook zo voel. Maar dat is van tijdelijke aard, vanmiddag is het verdwenen.

Even terug naar het woordje macht. Op www.leren.nl staat daarover o.a. het volgende: Macht is het vermogen om het gedrag van anderen te sturen. Iedereen heeft macht: we realiseren ons dat alleen niet vaak genoeg. Macht is relatief en situationeel gebonden. Met andere woorden. Hoe machtig je bent, is afhankelijk van de situatie en van degene met wie je jezelf vergelijkt. Een paar voorbeelden om het speelveld te verkennen.

Machiavelli zei: ‘Het zal een nieuwe machthebber weinig moeite kosten om zijn vijanden van het eerste uur voor zich te winnen zodra blijkt dat zij hem nodig hebben.’

Ik interpreteer het als volgt: zodra ik denk dat ik voordeel kan hebben/krijgen door om te gaan met iemand en ik doe dat, dan heeft die ander macht over mij. Het idee dat iemand macht over mij heeft vind ik te verafschuwen. Dat moet niet, ik wil mijzelf zijn en helemaal vrij in de keuze met wie ik omga.

Ik verafschuw het woord en het begrip. Daarom gaan mijn nekharen overeind staan wanneer ik lees: de machtigste man/vrouw van de stad of het land. Macht geeft mij een vieze smaak in de mond. Zou ik daarom ziek worden van alle nieuws tegenwoordig? Het zijn machtige mannen of vrouwen in de politiek en tussen het journaille. Ik wil sympathieke en empathische mensen in de volksvertegenwoordiging. Mag ik dat willen? Ja dat mag ik. Ik heb het denkbeeld dat ik in een democratisch land woon. Nog wel.